“Als werken niet loont en jij niet vooruitkomt, dan staat dat je in de weg om zelf het stuur in handen te nemen. Om zelf de regie te hebben over je leven. Dat geeft jou minder vrijheid om een goed leven op te kunnen bouwen. Om je geen zorgen te hoeven maken over rekeningen, als je gewoon iedere dag hard werkt”. Een aansprekend citaat uit de inleiding die VVD-leider Dilan Yeşilgöz-Zegerius schreef bij het recente VVD-rapport Agenda voor werkend Nederland. Niemand zal het hiermee oneens zijn. Als je vervolgens het ruim veertig pagina’s tellende rapport leest, slaat echter de twijfel toe. Je hoeft geen aanhanger te zijn van het gedachtegoed van de VVD om te constateren dat zij decennia lang deskundige bewindslieden heeft geleverd. Deze nieuwe Agenda lijkt een kwalitatieve trendbreuk, ook al ziet deze er met 152 literatuurverwijzingen wetenschappelijk uit.
De VVD omarmt de hardwerkende mensen. Daarmee bedoelt zij de mensen in de werkende middenklasse. Hoe die klasse is gedefinieerd wordt niet vermeld. Al lezende wordt duidelijk dat het werkenden zijn met een jaarlijks inkomen van zo’n 30.000 tot 60.000 euro. Daaronder vallen niet alleen werknemers, maar ook zelfstandige ondernemers (de middenstand). Betekent dit dat werknemers met een inkomen lager dan € 30.000 en hoger dan € 60.000 niet tot de hardwerkende Nederlanders behoren? Over de lage inkomens is het rapport duidelijk: daaronder vallen velen met een uitkering, maar ook mensen met een toeslag naast hun werk en mensen met een minimumloon. Er zijn dus wel degelijk hardwerkende Nederlanders met een laag inkomen. Over werkenden met een hoog inkomen worden geen uitspraken gedaan.
Agenda voor werkend Nederland bevat meer onzorgvuldigheden. Toen de wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog was voltooid, trad in 1973 het kabinet-Den Uyl aan. Het beloofde een eerlijke verdeling van inkomen, kennis en macht, maar slaagde daar niet in, onder meer vanwege ernstige economische problemen door de oliecrisis. In de Agenda staat dat vanwege de spilzucht van dit kabinet daarna moest worden bezuinigd. Er wordt niet vermeld dat de toenmalige minister van Financiën Duisenberg er juist hard aan heeft getrokken om de overheidsuitgaven te beperken met als resultaat een klein financieringstekort in 1977 van 0,75% bbp. In de kabinetten Van Agt en Lubbers liep dit vervolgens op tot boven de huidige norm van 3% bbp. Er staat ook niet dat na Den Uyl de werkloosheid opliep. Wel wordt genoemd dat tijdens het kabinet Kok, met de succesvolle VVD-minister Zalm de werkloosheid laag werd (gemiddeld 5,7%). Dat moge zo zijn, maar tijdens de periode Den-Uyl was ze lager (gemiddeld 4%).
De Agenda gaat ook in op het toeslagensysteem. Dat kan volgens de VVD worden afgeschaft omdat het een rem is om meer te gaan werken. Er wordt niet vermeld dat door een onzorgvuldige uitvoering het systeem thans nog steeds tot financiële problemen leidt bij mensen met een laag inkomen. Er staat ook niet dat dit systeem vanaf begin 20e eeuw is ingevoerd door VVD-bewindslieden (onder wie Rutte), ondanks een sterk negatief advies van de Belastingdienst vanwege de onuitvoerbaarheid ervan. Toen desondanks toch tot invoering werd besloten, betekende dat het ontslag van de toenmalige directeur van de Belastingdienst. De invoering werd overigens breed ondersteund door het parlement; niet alleen de VVD was verantwoordelijk.
De VVD-agenda stelt drastische maatregelen voor om de middeninkomens meer te laten profiteren van de economische groei. Er moeten een Koopkrachtwet en een Inflatiewet komen. De laatste bestaat feitelijk al omdat het inflatiebeleid is gedelegeerd aan de Europese Centrale Bank, die met haar rentebeleid streeft naar een inflatie van maximaal 2%. Het belastingstelsel moet zodanig worden hervormd dat meer werken wordt gestimuleerd. Ook moet er een Ondernemersakkoord komen ten behoeve van ondernemers en tot slot wordt gepleit voor een Operatie Effectieve Overheid. Schrik niet, als voorbeelden worden genoemd het beleid dat Musk in opdracht van Trump voert om de Amerikaanse overheid te saneren, en hoe de Argentijnse president Milei met een ”kettingzaag” de ministeries te lijf gaat. De kosten van de voorgestelde maatregelen moeten vooral worden opgebracht door verlaging van de bijstandsuitkeringen en de uitgaven voor ontwikkelingssamenwerking. Over de mogelijke bijdrage van de mensen met een inkomen hoger dan € 60.000 wordt niet gerept.
De Agenda voor werkend Nederland laat overduidelijk zien dat er behoefte is aan de herleving van een serieuze liberale VVD, zoals we die decennia lang gewend waren.
